en opeens was je weg.
je bent weg, overal waar ik je altijd vond. overal waar ik altijd keek. waar ik je haatte, waar ik van je hield. waar ik je als een bezetene zocht en vond, altijd, daar was je weg.
en ik twijfelde. ik geloofde bijna dat ik je bedacht had. dat jij er nooit geweest was. dat je nooit bestond, behalve in mijn hoofd. ik ging op zoek naar de plekken waar je echt nog moest zijn. je kussen in mijn nek, de brieven die je stuurde. misschien schreef je me niet echt, verzon ik de stapels met enveloppen, die op mijn mat gevallen waren. misschien verzon ik de woorden die jij me stuurde, waar ik van had gehuild, huilde.
ik groef, ik vond. en ik huilde, opnieuw. om woorden mooier dan die van mij, om de liefde die ik voorbij had laten gaan.
opeens was je weg. en nu ben ik alleen. meer alleen dan ik ooit was. meer alleen dat ik ooit wilde zijn. maar nu ik alleen ben is het goed, lijk ik hier altijd naar gezocht te hebben. alleen met mezelf, tijd en ruimte na te denken wat te doen. je te vergeten, zoals je nu lijkt te willen? je nog meer te willen, zoals dat altijd gaat?
of niets?
geschreven op 16 juni 2013